
| Mercedes-Benz W126 |
Geschiedenis van de W126 modelreeksIn september 1979 werd op de IAA in Frankfurt een nieuwe generatie van de S-Klasse gepresenteerd. Het modellenprogramma van de W126 reeks omvatte aanvankelijk 7 typen, er was keuze uit 4 motoren (van de 2,8 liter 6 cilinder carburatie motor met 156pk tot en met de lichtmetalen 5 liter V8 motor met benzine-inspuiting en 240pk) en 2 carrosserie varianten. Naast de standaardversie ook een verlengde uitvoering, zoals bij de topklasse limousines al sinds generaties aangeboden werd. De verlenging van de wielbasis met 140mm was deze keer groter uitgevallen dan voorheen en kwam zoals gewoonlijk uitsluitend de beenruimte achterin, maar deze keer ook de grootte van de achterportieren ten goede. ![]() Bij de ontwikkeling van de nieuwe modelreeks stonden naast de verhoging van het rijcomfort en de veiligheid ook maatregelen ter verlaging van het energieverbruik op de voorgrond. De toepassing van lichtgewicht materialen en de geringe luchtweerstand van de in de windtunnel geoptimaliseerde carrosserie hielpen de nieuwe S-Klasse vergeleken met zijn voorganger aan een 10% lager brandstofverbruik. De beide 8 cilinder motoren van de voorgaande modelreeks werden door twee gemoderniseerde motoren met verhoogde cilinderinhoud en lichtmetalen carterbehuizing vervangen. De 5 liter motor, die het gietijzeren 4,5 liter blok afloste, was reeds uit de 450SLC 5.0 bekend, terwijl de lichtmetalen 3,8 liter motor naar het voorbeeld van de 5 liter uit de oudgediende 3,5 liter met gietijzeren blok was ontstaan. Door hun hogere prestaties bij een lager gewicht maakten de nieuwe V8 motoren betere rij-eigenschappen bij een lager verbruik mogelijk. De carburateur en injectie versie van de 2,8 liter 6 cilinder motor liet men onveranderd in het programma. Voor de export naar de Verenigde Staten werd ook van de W126 modelreeks weer een diesel uitvoering gepro-duceerd. Het type 300SD beschikte net als zijn voorganger over een geblazen 3 liter 5 cilinder motor, wiens vermogen echter met 10pk tot 125pk verhoogd was. Het chassis-concept kwam grotendeels overeen met dat van de voorgaande generatie. Ook de nieuwe S-Klasse limousines bezaten een achteras met schuin geplaatste wieldraagarmen, alsmede een voorwielophanging met boven en onder dwarsgeplaatste wieldraagarmen en stuurcamber 0. De carrosserie was volgens de nieuwste inzichten van de veiligheidsonderzoeken geconstrueerd. Dankzij nieuwe constructie principes weerstond de passagierskooi nu ook een frontale botsing onder een bepaalde hoek, de zogenaamde “offset-crash”, bij een botsingsnelheid van 55km/u onbeschadigd. De limousines van de W126 modelreeks waren wereldwijd de eerste seriegeproduceerde auto’s die aan het criterium van de asymmetrische frontale botsing konden voldoen. De karakteristieke design-elementen van de nieuwe S-Klasse presenteerden zich in zekere zin onder de gordel. Voor het eerst had een Mercedes-Benz personenauto geen bumpers op de klassieke manier, maar in plaats daar-van ruim bemeten, met kunststof beklede bumpers, die naadloos in de voor- en achterzijde geïntegreerd waren. Brede zijdelingse beschermlijsten van kunststof, die tussen de wielkastuitsparingen ter hoogte van de bumpers gepositioneerd waren, vormden een optische verbinding tussen de voor- en achterzijde. In de herfst van 1981, twee jaar na zijn debuut, werd de W126 modelreeks ter gelegenheid van de Frankfurter IAA met een elegant getekende coupé-uitvoering uitgebreid, die alleen met 8 cilindermotoren leverbaar was. In het kader van het gelijktijdig gepresenteerde “Mercedes-Benz Energieconcept” ter vermindering van het verbruik en de hoeveelheid uitstoot had men beide V8 motoren grondig herzien. Naast het verhogen van de compressie-verhouding stonden nokkenassen met gewijzigde kleptiming, luchtomspoelde verstuivers en een elektronisch geregelde stationairloop op de lijst van verbeteringen. Door de gewijzigde nokkenasafstemming kon het maximum koppel naar lagere toerentallen verschoven worden en in het geval van de 3,8 liter motor zelfs verhoogd worden. Deze motor had bijzonder ingrijpende veranderingen ondergaan. Om een gunstiger rendement te krijgen had men de boring verkleind en de slag verhoogd. De gemodificeerde 3,8 liter V8 kon daarmee bogen op een enigszins verhoogde cilinderinhoud. Bij beide 8 cilinders moesten, in zekere zin als compensatie voor de duidelijk verbeterde economie, geringe prestatieverliezen op de koop toe genomen worden. De eindoverbreng-ing op de achteras werd in beide gevallen aan de gewijzigde motorkarakteristiek aangepast. Ook aan de beide 6 cilinder motoren had men een reeks aan detailwijzigingen doorgevoerd en daarmee eveneens een, hoe dan ook minder diepgaand, spaareffekt bereikt. Het prestatiepotentieel werd door deze maatregelen niet geschaad. ![]() Vier jaar na de presentatie van het “Energieconcept” kwam een omvangrijk modelwijzigingspakket ten uitvoer, zodat in september 1985, opnieuw op de Frankfurter IAA, een compleet gemoderniseerd S-Klasse modelpro-gramma voorgesteld werd. Naast een decente facelift, die primair de bumpers, de flankbescherming en de wielen betrof, stond voor alles een herstructurering van het motorenaanbod op de voorgrond. Twee nieuw geconstrueerde 6 cilinder motoren, die negen maanden daarvoor in de W124 middenklasse model-reeks hun eerste optreden hadden, vervingen de oudgediende 2,8 liter-dohc-motor M110. In plaats van de carburateur-uitvoering werd nu een 2,6 liter injectie motor ingezet, terwijl het parallel ontwikkelde 3 liter blok als opvolger van de M110 injectie variant aantrad. Nieuw in het programma was ook een 4,2 liter V8 motor, die door het uitboren van de 3,8 liter motor was ontstaan en deze nu in de S-Klasse-Limousine, in de SEC-Coupé en in de SL afloste. De 5 liter motor had men eveneens gemodificeerd. Hij was nu met elektronische ontsteking en het elektronisch-mechanisch gestuurde Bosch KE-Jetronic injectiesysteem uitgerust en leverde een vermogen van 245pk. De spektaculairste noviteit in het motorenaanbod werd door een 5,6 liter 8 cilinder gevormd, die door verlenging van de slag uit de 5 liter V8 ontwikkeld was en een vermogen van 272pk leverde. Op verzoek was er zelfs nog een uitvoering met een hogere compressie-verhouding leverbaar die een trotse 300pk ontvouwde, echter niet met een geregelde uitlaatgas-reinigingsinstallatie gecombineerd kon worden. Maar ook zonder katalysator voldeed deze zogenaamde “ECE-versie” aan de door de Europese Economische Commissie vastgelegde emissie-eisen. De met deze motorvariant uitgeruste typen 560SEL en 560SEC waren ten tijde van hun verschijnen de sterkste tot dan toe in serie geproduceerde Mercedes-Benz personenauto’s. Met uitzondering van de typen 560SEL en 560SEC in ECE-versie stond voor alle varianten van het gemoderniseerde modelprogramma op verzoek een geregeld uitlaatgas-reinigingssysteem met drieweg katalysator ter beschikking. Serie was echter de zogenoemde “RüF-versie”, waarbij het voertuig zonder katalysator en lambdasonde, maar met het multifunctionele mengselvormings- en ontstekingssysteem geleverd werd. Een achteraf inbouw van een geregelde katalysator kon bij zo’n “Rückrüstfahrzeug” altijd en zonder problemen uitgevoerd worden. Met betrekking tot het tijdstip van de ombouw permiteerde deze regeling de klant de grootstmogelijke flexibiliteit. In aanmerking genomen dat er destijds nog geen ruime dekking betreffende loodvrije benzine bestond was dit een niet onaanzienlijk voordeel. Vanaf september 1986 hoorde de geregelde katalysator bij alle Mercedes-Benz personenauto’s met benzine motor tot de standaarduitrusting; de “Rückrüstfahrzeuge” waren met dienovereenkomstig prijsvoordeel tot augustus 1989 op verzoek verder leverbaar. ![]() Met invoering van het nieuwe typenprogramma werd ook het diesel model, dat net als voorheen uitsluitend voor de export naar de Verenigde Staten en Canada bestemd was, door een gewijzigde variant vervangen. Het nieuwe type 300SDL presenteerde zich met het grotere ruimte-aanbod van de verlengde versie en had een volledig nieuw geconstrueerde motor gekregen. Deze baseerde zich op de van de W124 middenklasse modelreeks beken-de 3 liter 6 cilinder motor, was echter wederom van een turbolader voorzien. De 6 cilinder turbodiesel mobili-seerde nu 150pk, oftewel 60pk meer dan de ongeblazen basisversie en bijna 30pk meer dan de 5 cilinder motor van het voorgaande model. Aan het onderstel van de gemoderniseerde modelreeks waren zoals verwacht geen ingrijpende veranderingen te noteren. Men had echter enige details van de achterasconstructie gemodificeerd om het rij-comfort en de loop-cultuur verder te verbeteren. Bovendien waren alle modellen van de W126 reeks nu met 15”wielen en dienover-eenkomstig grotere remmen uitgerust. Het ontwerp van de op verzoek leverbare lichtmetalen wielen, die nu bij de 560SEL en 560SEC tot de standaarduitrusting behoorden, had men geactualiseerd en aan de compacte- en middenklasse reeks aangepast. De overige stilistische wijzigingen, die de verbeterde modellen van de W126 modelreeks ten deel gevallen waren, hadden niet alleen de actualisering van het ontwerp gediend, maar resulteerden ook uit gegronde technische redenen. Door de dieper doorgetrokken voorspoiler kon de opwaartse druk aan de voorzijde verder verminderd en de luchtstroming achter verbeterd worden. Daardoor lukte het de rij-stabiliteit bij snelle ritten nogmaals te verhogen, een aspekt dat met name met het oog op de prestaties van het nieuwe topmodel 560SEL van belang was. De zijdelingse beschermlijsten waren nu glad vormgegeven en niet meer zoals voorheen met ribbels. Net als bij het bumpersysteem reikten ze nu verder naar beneden en omvatten nu additionele langsdraagbalk afdekkingen. Aangezien de 5,6 liter typen vergeleken met hun minder vermogende zustermodellen standaard met bredere banden in de afmeting 215/65 VR15 uitgerust werden, had men de voorspoiler en spatschermprofielen qua vorm gewijzigd om de voor de voorwielen benodige zijdelingse stuurruimte te bereiken. In september 1987, toen de S-Klasse ongewoon sterke tegenwind in de vorm van de BMW 750i ontving, werden sterkere varianten van alle V8 motoren ingevoerd. De compressie-verhouding had men in alle gevallen tot 10 verhoogd en met aanvullende maatregelen kon het vermogen, afhankelijk van het type, met 6% tot 10% verhoogd worden. Dit effect was nog duidelijker bij de met katalysator uitgeruste varianten; door optimering van de uitlaatgas-reinigingsinstallatie was het gelukt de door de katalysator veroorzaakte vermogensverliezen aanzienlijk te reduceren. De ECE-versie van de 5,6 liter V8 kon zonder vervanging vervallen, nadat de RüF-uitvoering als gevolg van de vermogenskuur nu ook 300pk mobiliseerde. In september 1988 breidde de op de Automobiel Salon van Parijs gepresenteerde 560SE het W126 modelprogramma uit. Daarmee was de 5,6 liter motor ook in de limousine met standaard wielbasis leverbaar. Vanaf juni 1989 werd een nieuwe variant met dieselmotor geproduceerd, die nog steeds uitsluitend voor export naar de Verenigde Staten beschikbaar was. De productie van de voormalige 300SDL was reeds in september 1987 gestopt. Het type 350SDL had een nieuw ontworpen 3,5 liter 6 cilinder motor die men door het vergroten van de boring en verlenging van de slag uit de beproefde 3 liter motor ontwikkeld had. De nieuwe turbodiesel was meer op koppel dan op prestaties toegespitst en mobiliseerde met uitlaatgasrecirculatie en oxidatiekatalysator 14 pk minder dan zijn voorganger, ondanks zijn grotere cilinderinhoud. Met 136pk was de 350SDL in het algemeen echter adequaat gemotoriseerd, vooral de algemeen geldende maximum snelheid in aanmerking genomen. Het maximum koppel kon met bijna 15% verhoogd worden en stond reeds bij 2000tpm ter beschikking. Vanaf juni 1990 was naast deze 350SDL ook de 350SD met standaard wielbasis leverbaar. ![]() Als opvolger van de W126 serie werden in maart 1991 op de Automobil-Salon van Genève 8 limousines van de W140 modelreeks voorgesteld. Hoewel de serieproductie van de nieuwe modellen een maand eerder begon werd ook de productie van de W126 limousines voor de export nog enige tijd voortgezet. De fabricage van de meeste varianten eindigde tussen augustus en oktober 1991, de laatste exemplaren in gepantserde uitvoering werden echter pas in april 1992 gecompleteerd. Totaal hadden binnen tijdsbestek van 12 jaren 818.036 limousines de productiehallen in Sindelfingen verlaten, waarvan 97.546 met dieselmotor. De modelreeks W126 vormde daar-mee het succesvolste topklasse model in de geschiedenis van de firma. Bron: Daimler AG
|