
| Mercedes-Benz W140 |
Geschiedenis van de W140 modelreeksIn maart 1991 werd op de Automobiel-Salon van Genève de op dat moment jongste generatie van de S-Klasse (interne aanduiding: modelreeks 140) voorgesteld. Het carrosserie-ontwerp orienteerde zich op de traditionele Mercedes-Benz typische stijlelementen en paste daarmee naadloos in de homogene vormgeving van de personenauto modelfamilie. Zoals reeds bij de SL-typen van de modelreeks 129 werd ook in het geval van de nieuwe S-Klasse de grille als karakteristiek merkteken, onder behoud van de traditionele basisvorm, stilistisch nieuw geïnterpreteerd. Bij deze als “plaat-grille” of “bakplaat-grille”genoemde variant op een klassiek thema was de radiateur afdekking met zijn wezenlijk smallere chroomlijst organisch in de motorkap geïntegreerd; de Mercedes-ster zat voor het eerst niet meer op de grille zelf, maar enigszins naar achteren op de motorkap. Alles met elkaar had de ontwikkeling van het vormgevingsconcept van de nieuwe S-Klasse generatie een hoge mate aan aerodynamische kwaliteit als doel, bij gelijktijdige inachtneming van de maximale dagelijkse bruikbaarheid. Net als bij de voorgaande modellen van de 126 serie en de generaties van Mercedes-Benz topklasse modelreeksen daarvoor bestond er naast de normale uitvoering een variant met een verlengde wielbasis, waarbij de verlenging van 100mm weer uitsluitend de beenruimte achterin ten goede kwam. Op motorengebied stonden voor de thuismarkt in eerste instantie vier krachtbronnen ter beschikking, waarvan alleen de 4-kleps 5 liter-V8 M119 een oude bekende was. Hier werd, net als in de 500E, de zogenaamde “Einheitsdeck-Motor” (motorcarter identiek voor zowel de 4,2 alsook de 5 liter motor) ingezet. Het volledig elektronische Bosch LH-Jetronic injectiesysteem werd via een hittedraad –luchtmassameter aangestuurd. De andere drie motoren had men nieuw ontwikkeld: De 4,2 liter 4-kleps V8 was naar het voorbeeld van de 5 liter krachtbron uit de bewezen 4,2 liter 2-klepper ontstaan en de 6 cilinder lijnmotor met 3,2 liter inhoud baseerde op de twee jaar daarvoor ingevoerde 3 liter 4-klepper. Als interessant detail moet hierbij nog worden aangetekend dat de type-aanduiding van de 3,2- en 4,2 liter modellen niet, zoals anders gebruikelijk, exact de cilinderinhoud weergaf: Om redenen van homogeniteit werden in plaats daarvan de aanduidingen 300SE/SEL en 400SE/SEL gekozen. ![]() Een volledig nieuwe constructie was de 6 liter V12 motor M120, die niet alleen de eerste in serie geproduceerde personenauto twaalfcilinder van Mercedes-Benz was, maar met een nominaal vermogen van 300kW (408pk) tevens als sterkste Mercedes personenauto-motor de geschiedenis inging. Het nominale koppel bedroeg 580Nm en overschreed reeds bij 1600tpm de 500Nm grens. Net als bij de zescilinder en de beide V8 motoren was ook de twaalfcilinder met 4-kleps techniek, verstelbare inlaat nokkenassen alsmede een elektronisch injectiesysteem met hittedraad-luchtmassameter uitgerust. Bij alle motoren stond de minimalisering van de schadelijke stoffen uitstoot en het brandstofverbruik op de voorgrond. De nieuwe, volledig elektronische ontsteking berekende uit totaal 300 ontstekingskenvelden het optimale ontstekingstijdstip en wel voor elke cilinder afzonderlijk en aan de klop/pingel grens aangepast. Als wereldwijd enige twaalfcilinder beschikte de M120 over deze cilinder-selectieve antiklopregeling. Alleen hiermee was de voor een optimale brandstof benutting benodigde hoge compressie-verhouding van 10:1 mogelijk. Compleet nieuw was ook het motor- en aandrijflijn managementsysteem, waarbij alle besturingsmodules over een gemeenschappelijk datakanaal met elkaar communiceerden. Daarmee konden de besturingssystemen gezamenlijk actief worden. Dit werd onder andere voor een snelle opwarming van de katalysatoren na een koude start benut en bovendien voor het ASR en MSR (anti-doorslip regeling en stabiliteitssysteem bij gas loslaten op een gladde ondergrond). De V12 beschikte met 7 liter inhoud over de grootste personenauto-katalysatorinstallatie ter wereld. Deze werd zo vormgegeven, dat door de katalysator geen hoger brandstofverbruik meer optrad en waardoor een lange levensduur gegarandeerd was. Door een nieuw concept van dubbelwandige en drie-laags geïsoleerde uitlaat-spruitstukken en eveneens dubbelwandige toevoerleidingen bereikten de in een warmtegeïsoleerde speciale mat verzonken keramiek-katalysatoren binnen extreem korte tijd de optimale bedrijfstemperatuur. Naast het reduceren en optimaliseren van de uitlaatgassen bevonden zich in de nieuwe S-Klasse verdere details, die hem tot de wegbereider van een milieuvriendelijke automobielproductie maakten. De S-Klasse luidde het tijdperk van de FCKW (= Fluor Choor Kool Waterstof) vrije auto’s in en zette een maatstaf met betrekking tot recycling. De toegepaste kunststofdelen waren niet alleen opnieuw te gebruiken en duidelijk gemarkeerd, maar bovendien reeds veelvuldig onder toepassing van regranulaat gefabriceerd. In 1992 ontving de S-Klasse de milieuprijs van het Amerikaanse “Environmental Protection Agency”, de “Stratospheric Ozone Protection Award”. Afgezien van de reducering van het brandstofverbruik en de optimalisering van de milieuvriendelijkheid stonden bij de ontwikkeling van de W140 voor alles een verdere perfectionering van het comfort en de veiligheid op de voorgrond. Naast vele andere factoren speelden hier in het bijzonder de zorgvuldige vormgeving en afstemming van de wielophanging een rol. Als voorwielophanging fungeerde een nieuw ontwikkelde vooras met dubbele dwarsgeplaatste wieldraagarmen, die met zijn wezenlijke krachtinvloedspunten op een subframe gemonteerd was, om een ontkoppeling van de carrosserie ten opzichte van hoor- en voelbare trillingen te bewerkstelligen. De achterwielophanging werd van de “Raumlenkerachse”(= as met meerdere wieldraagarmen per wiel) van de andere personenauto-modelreeksen afgeleid, maar met betrekking tot de wielgeleiding echter grondig gemoder-niseerd en overeenkomstig de bijzondere eisen van de S-klasse gemodificeerd. Met inachtneming van de duidelijk grotere langs- en dwarskrachten werd de stuurgeometrie nieuw berekend. Opmerkelijk is de gekruiste uitvoering van de bovenste wieldraagarm, waardoor de asbouwruimte ondanks de grotere armlengte klein kon worden gehouden. Wat betreft de actieve veiligheid kenmerkten de S-Klasse limousines van de W140 serie zich door buitengewoon goede rechtuit stabiliteit (ook op slechte wegen), door geringe zijwindgevoeligheid, door een precies werkende besturing, alsmede de vergaande ongevoeligheid voor het rijden met verschillende belading. Een fundamentele vernieuwing werd gevormd door het remsysteem van de acht- en twaalfcilinder modellen, waarbij meer rem-kracht naar de achterwielen geleid werd. Daardoor kon de stabiliteit van het remsysteem verhoogd en de slijtage aan de voorremmen verminderd worden. ![]() Het bijzonder hoge rij-comfort van de S-Klasse werd gegarandeerd door de vergaande reducering van de tot het interieur doordringende afrolgeluiden en trillingen, de minimalisering van bij optrekken en afremmen optredende knikbewegingen, de reducering van rol- en wankel bewegingen in bochten of bij oneffen wegoppervlak, alsmede de voor stoten praktisch ongevoelige besturing. Bij de acht- en twaalfcilinder varianten werd standaard een zogenaamde “Parameterbesturing” met snelheids-afhankelijk instuurmoment ingezet, die de door de bestuurder op te brengen kracht op het stuurwiel bij langzaam tempo (bijvoorbeeld parkeren) verminderde. Bij alle vooruitgang die met betrekking op het rij-comfort en actieve veiligheid bereikt werden kwam ook de passieve veiligheid niet te kort. De reeds bij de voorgaande modelreeks bereikte hoge veiligheidsstandaard kon door een compleet pakket maatregelen nogmaals duidelijk verbeterd worden en zo bood de nieuwe carrosseriestructuur bij alle ongevalsvormen nog meer zekerheid. Door een reeks van detailoplossingen voor het minder scherp maken van potentiële contactplekken werd ook meer met de passagiers rekening gehouden. De standaard aanwezige centrale vergrendeling en elektrisch bedienbare ruiten zorgden voor veel bedienings-comfort. Een wezenlijke bijdrage tot de comfortverbetering leverden bovendien de voor het eerst in een personenauto gemonteerde dubbele ruiten, die een hele reeks veiligheids- en comfort relevante kenmerken in zich verenigden: het vermijden van het beslaan of het ontstaan van aanslag (rijp), verhoogde warmteisolatie, verhoogde demping van geluiden van buitenaf, verbeterde luchtstroom om de auto en het onderdrukken van windgeruis bij de ruitafdichtingen. Twee verdere constructiedetails, inklappende buitenspiegels en uitschuifbare peilstaven als achteruit-rij-hulp, vereenvoudigden de bestuurder het manouvreren bij krappe en onoverzichtelijke plekken. Het door een elektromotor aangedreven inklappen van de buitenspiegel, om ruimte te winnen bij het parkeren in krappe plaatsen vond plaats door de centraal geplaatste schakelaar op de middenconsole, met welke ook het verstellen van de spiegelglazen bediend werd. Om bij het achteruit rijden de afstand tot hindernissen beter te kunnen inschatten waren in de achterzijde (rechts en links bovenop de achterschermen) uitschuifbare peilstaafjes ingebouwd. De 65mm lange verchroomde staafjes werden twee seconden na het inleggen van de achteruitversnelling in verticale richting naar buiten geschoven en acht seconden na de eerstvolgende versnellingswisseling weer naar binnen gehaald. ![]() De wereldpremière van de SEC-Coupés van de W140 reeks vond in januari 1992 op de North American International Auto Show in Detroit plaats. De Europese première volgde twee maanden later op de Automobiel Salon van Genève. Aanvankelijk werden twee varianten aangeboden: de 500SEC en de 600SEC, die qua motori-sering met de W140 limousines overeenkwamen. Beide versies waren af fabriek met talrijke extra’s uitgerust en vormden de topmodellen van het personenauto-programma. Technisch baseerden de SEC-Coupés op de in 1991 voorgestelde S-Klasse limousines; stilistisch presenteerden ze zich echter duidelijk zelfstandiger als hun voor-gangers van de W126 modelreeks. Traditiegetrouw werden ook de normale vijfzits limousines van de S-Klasse in gepantsterde uitvoering aange-boden. Men kon kiezen tussen de modellen met 5 liter V8 of 6 liter V12 motor. De productie van beide typen begon in februari 1992, een jaar na de algemene start van de W140 fabricage. In oktober 1992 werden op de Autosalon van Parijs de typen 300SE 2.8 en 300SD voorgesteld, die het S-Klasse programma met twee gunstiger geprijsde en vooral zuiniger modellen verreikten. Voor opzien zorgde de 300SD, die weliswaar sinds oktober 1991 naar de Verenigde Staten geëxporteerd werd, maar nu ook als eerste S-Klasse dieselmodel op de thuismarkt verkrijgbaar was. De 300SD werd aangedreven door een 3,5 liter 6 cilinder motor met uitlaatgas turbo, die in principe reeds van zijn W126 voorganger bekend was, nu echter in een gemoderni-seerde versie met 150pk werd ingezet. De tweede primeur, de 300SE 2.8 beschikte evenals de 300SE over een 3 liter 6 cilinder lijnmotor met 4-klepstechniek, die eveneens tot de M104 motorfamilie behoorde. De nieuw ontwikkelde 2,8 liter variant werd tegelijkertijd ook in de W124 modelreeks toegepast. Deze krachtbron was met een microprocessor gestuurd injectiesysteem uitgerust, die niet meer door een hittedraad, maar door een hetelucht-film luchtmassameter aangestuurd werd. Behalve de nieuwe modellen wer-den in Parijs de acht- en twaalfcilindertypen met enigszins gemoderniseerde motoren gepresenteerd. Bij alle drie de motoren had men de mengselverrijking bij volgas geschrapt, wat enige prestatieverliezen tot gevolg had, maar de schadelijke uitstoot verminderde. In juni 1993 werden de type-aanduidingen, analoog aan de overige modelreeksen van het personenauto-programma veranderd. De “S” stond nu voor een 3-cijferig getal en toevoegingen als “E”, “D”en “L” kwamen te vervallen. De 500SE werd bijvoorbeeld S 500 en de 600SEL werd volgens de nieuwe naamgeving S 600 Lang. Het typeschildje op het kofferdeksel gaf sindsdien slechts de klasse en de algemene cilinderinhoud aan. De pas op het tweede gezicht herkenbare carrosserievariant (normale of lange wielbasis) werd niet meer vermeld. Het duidelijkst veranderden de type-aanduiding van de 4,2 liter typen en de zescilinder modellen. In plaats van de tot dan toe gebruikte cijfers, die ten gunste van een eenheidsbeeld op hele honderdtallen was afgerond, werd nu het daadwerkelijke getal vermeld, overeenkomend met de cilinderinhoud. Zo kwam de S 320 bijvoorbeeld uit de 300SE en de S350 Turbodiesel uit de 300SD voort . Behalve deze puur formele wijzigingen kwamen de beide 3,2 liter modellen ook technische verbeteringen ten goede. De tot dan toe ingebouwde motor werd door een gemoderniseerde variant vervangen, die reeds sinds oktober 1992 in de W124 reeks werd ingezet en nu ook over een resonantie inlaatspruitstuk met inlaatbuizen van verschillende lengte en een injectiesysteem met hetelucht-film luchtmassameter beschikte. Daardoor kon het koppel verhoogd en de vermogens- en koppelmaxima naar lagere toerentallen verschoven worden. In verbinding met een extra vermindering van de wrijvingsweerstand werd het brandstofverbruik bij enigszins verbeterde prestaties in totaal met 7,5% verminderd. Analoog aan de andere personenauto-typen werd in juni 1993 ook bij de S-Klasse Coupés de nieuwe type-aanduiding ingevoerd. Uit de 600SEC kwam zo bijvoorbeeld de S 600 Coupé voort. De carrosserievorm was in één oogopslag duidelijk. Vandaar op het kofferdeksel alleen de klasse en cilinderinhoud vermelding. Op de Automobiel Salon van Genève in maart 1994, twee jaar na hun Europese première, kreeg de Coupé-familie versterking van de S 420 Coupé, dat sindsdien als gunstiger geprijsd instapmodel fungeerde en net als zijn vierdeurs versie in de limousine-reeks over een 4,2 liter 4-kleps V8 beschikte. De limousines van de S-Klasse presenteerden zich stilistisch onopvallend gewijzigd. Een reeks van detailwijzigingen zorgde als totaalbeeld voor een optisch lichtere, beter geproportioneerde en meer dynamische verschijning, dit alles bij gelijkblijvende afmetingen. Dit werd vooral bereikt door het uitgesproken inspringen van de onderste delen van de bumperpartij en flankbeschermingsplaten, alsmede een horizontale indeling van deze delen door een rondom lopende randversiering. Een gewijzigde vormgeving van de koplampen en de grille versterkten dit effekt. Bij de gemodificeerde koplampen met geoptimaliseerde vrijevorm-reflectoren, die een 60% hogere lichtsterkte mogelijk maakten, was het dimlicht bereik niet meer door een tussenschot van het grootlicht gescheiden. Hierdoor werd een optische verbreding bereikt. Kleurloze afdekglazen van de richtingaanwijzers voor onder-steunden deze indruk. De zes- en achtcilinder modellen kregen een nieuw gevormd, fijnmazige grillebehuizing met een verticale knik in het midden. Voor de V12-typen kwam tegelijkertijd een aparte uitvoering met verchroomde dwarsgeplaatste lamellen en duidelijk bredere chroomomlijsting in de motorkap. Een wezenlijke factor voor het harmonische totaalbeeld van de S-Klasse vormde bovendien de formele vormgeving van de achterpartij. Zo werden de randen aan de onderzijde van het kofferdeksel analoog aan de Coupé modellen afge-rond. De voormalige lichtband werd in het gedeelte onderaan de achterlichten verbreed en nu aan de bi-chromatisch gevormde achterlichten aangepast. Daardoor werd het niveau van de bagageruimtehoogte optisch afgevlakt en de achterzijde leek al met al breder en dieper liggend. Twee baanbrekende technische noviteiten waren voor het eerst in de S 600 Coupé verkrijgbaar. In mei 1995 werd een volkomen nieuw ontwikkelde 5-traps automaat met slip-gestuurde Wandler-koppelomvormer en elektronische regeling ingevoerd, die op grond van zijn uitgekiende elektronische besturing een vermindering van het brandstofverbruik mogelijk maakte. Ook met betrekking tot gewicht en afmetingen konden successen geboekt worden. De nieuwe automaat was duidelijk lichter en compacter als vergelijkbare versnellingsbakken met 5 trappen en liet zich bovendien veel economischer produceren. Het aantal afzonderlijke onderdelen kon met bijna 40% gereduceerd worden. Een verdere, nog belangrijkere, vernieuwing werd gelijktijdig ingevoerd en behoorde sindsdien tot de standaarduitrusting van de S 600 Coupé: het “Elektronische-Stabiliteits-Programma”, oftewel ESP, dat de bestuurder bij fouten ondersteunde, waarbij het door middel van sensors door gerichte rem-ingrepen instabiele momenten onderving en daarmee tot de rijveiligheid bijdroeg. Vanaf mei 1995 was op verzoek de ultrasone parkeerhulp “Parktronic” leverbaar, bij welke de afstand tot een obstakel met behulp van ultrasone signalen, die door de hindernis terug gekaatst werden, in een elektronisch besturingsapparaat berekend werd. Zender en ontvanger van deze signalen zijn in sensoren samengevoegd, die in de voor- en achterbumper geïntegreerd waren. De beschermende functie van de bumpers werd daardoor niet beïnvloed. Bij de beide V12 modellen behoorde de “Parktronic” sinds mei 1995 tot de standaarduitrusting. In dezelfde tijd kwamen bij alle S-Klasse limousines de nu niet meer noodzakelijke peilstaafjes in de achter-schermen te vervallen. Nadat de in maart 1994 voorgestelde modelwijzigingen vooral het design betroffen, werden in september 1995 bij de acht- en twaalfcilinder modellen enige technische verbeteringen doorgevoerd. ![]() De nieuw ontwikkelde 5-traps automaat met Wandler koppelomvormer, die sinds mei 1995 reeds in de S 600 Coupé werd ingezet, loste nu ook bij de limousines en achtcilinder Coupés de voormalige 4-traps automaat met hydraulische sturing af. Kern van dit technische meesterwerk is een elektronische besturing van de aandrijflijn, die de schakelmomenten snel en zelfstandig aan elke rij-omstandigheid aanpast en die met het elektronische motor-management permanent data uitwisselt. Afgezien van deze toonaangevende vernieuwingen was de nieuwe automaat ook duidelijk compacter en lichter als vergelijkbare versnellingsbakken met 5 trappen. De motoren werden ter verdere reductie van het brandstofverbruik en de schadelijke uitstoot nogmaals aangepast. De beide V8 motoren kregen om deze reden een gemodificeerde krukas, een geoptimaliseerde klepbediening, lichter zuigers, afzonderlijke bobines voor elke cilinder, alsmede een verbeterd elektronisch motor-management van het type Motronic ME 1.0. De constructieve wijzigingen aan de V12 motor vielen minder omvangrijk uit en betroffen slechts de plaatsing van de bobines en verbeteringen aan het motor-management. Als gevolg van de verschillende wijzigingen aan de motor en de toepassing van de nieuwe automaat kon het brandstofverbruik van de V8- en V12 typen bij gelijk-blijvende prestaties met gemiddeld 7%, de schadelijke uitstoot zelfs met meer dan 40% gereduceerd worden. Vanaf september 1995 stond voor de achtcilinder motoren op verzoek eveneens ESP ter beschikking. Bij de twaalfcilinder modellen behoorde dat reeds tot de standaarduitrusting. Naast de genoemde detailverbeteringen, die naar aanleiding van de IAA in Frankfurt gepresenteerd werden, debuteerde in september 1995 ook een nieuwe variant op de S-Klasse: de S 600 Pullman, die als nieuwe staatslimousine met speciale bepantsering ontwikkeld werd en daarmee aan een langdurige traditie van Mercedes-Benz aanknoopte. Deze speciaal geproduceerde auto mat 6213mm en was daarmee exact een meter langer dan de S 600 met de lange wielbasis. De verlenging kwam de achterpassagiers ten goede, die op comfortabele, tegenover elkaar geplaatste zetels plaats namen en hun passagiersgedeelte middels een scheidings-wand konden afsluiten. De Pullman limousine van de W140 reeks was als S 500 en S 600 ook zonder extra bepantsering verkrijgbaar, de eerste exemplaren van beide varianten ontstonden in augustus 1996. In juni 1996 werd de S-Klasse nogmaals gemoderniseerd. Ook voor de zescilinder modellen was de hierboven genoemde automatische vijfbak nu verkrijgbaar, bij de S 280 op verzoek en bij de overige modellen als standaard. Tegelijkertijd werd het ASR systeem ook bij de zescilinders in de standaarduitrusting opgenomen. Noemenswaardige vernieuwingen waren verder de standaard aanwezigheid van sidebags voor bestuurder en passagier, een sensor in de zetel voor het uitschakelen van de passagiers-airbag, een intelligente regensensor die de wis-interval afhankelijk van de regenval zelf bepaalde, alsmede bagagenetten in de kofferruimte en in de voetenruimte van de passagier. Xenon verlichting met reinigings-installatie en automatische hoogte regeling stonden als accessoire ter beschikking. Ook uiterlijk presenteerden de S-Klasse limousines zich sinds juni 1996 licht gewijzigd. Met name de in zijdeglanzende wagenkleur gespoten aanbouwdelen, die voorheen in een contrasterende kleur waren gespoten, sprongen in het oog. Met uitzondering van de beschreven detailverbeteringen werd in juni 1996 ook een modelwisseling doorgevoerd. De S 350 Turbodiesel werd door de S 300 Turbodiesel afgelost. In tegenstelling tot zijn voorganger beschikte het nieuwe dieselmodel over een turbomotor met 4-kleps techniek en tussenkoeler. De prestaties lagen met 177pk 27pk hoger, het koppel steeg met 20Nm en was over een breder toerental beschikbaar. Uitstoot en verbruik konden door optimalisering van de verbranding duidelijk verminderd worden. De S 300 Turbodiesel werd standaard met de elektronisch gestuurde 5-traps automaat geleverd. In dezelfde maand werden ook de type benamingen voor de Coupés nogmaals gewijzigd. De herbenoeming in “CL” was niet het doel op zich, maar moest er op wijzen dat de grote Coupé’s de gangmakersfunctie voor de complete Coupé-familie overgenomen hadden. De CL-Coupé’s presenteerden zich ook stilistisch gezien licht gemoderniseerd. Uiterlijk waren vooral de gemodificeerde bumpers met de geïntegreerde “Parktronic”sensoren herkenbaar, die tot de standaarduitrusting behoorden. Ook hier waren de peilstaafjes in de achterzijde overbodig geworden. Verdere opmerkelijke vernieuwingen waren Xenon koplampen met dynamische reikwijdte-regeling, tempomaat met 30km/u snelheidsbegrenzer, sidebags en de sensor in de passagiersstoel ter herkenning voor eventueel noodzakelijk airbag gebruik. Sinds december 1996 konden de met een automatische transmissie uitgeruste typen S 280 en S 320 ook met het ESP systeem besteld worden. Tegelijkertijd kwam als wereldpremière een verdere noviteit voor het voetlicht, die eveneens de actieve veiligheid diende: de remassistent, die vanaf december standaard in alle modellen van de modelreeksen 129 en 140 ingebouwd werd. De remassistent BAS was in staat een noodstop te herkennen en naar behoefte automatisch en in een kortere tijd als voorheen de maximale remdruk op te bouwen. De remweg van het voertuig werd daardoor belangrijk verkort. Met de S 500 L Landaulet, die als éénmalige creatie voor het Vaticaan was ontstaan werd in mei 1997 een verdere variant van de W140 reeks geproduceerd en aan Paus Johannes Paulus II overhandigd. Het Landaulet-dak werd elektrohydraulisch bediend en liet zo een vrij zicht op de HeiligeVader, die op zijn centraal geplaatste troon kon zitten. Er stonden klapstoeltjes voor twee begeleiders ter beschikking. ![]() Op de Automobiel Salon van Parijs in september 1998 werden zes S-Klasse limousines van de W220 modelreeks aan het publiek gepresenteerd, die na zeveneneenhalf jaren als opvolger van de W140 aantrad. In de fabriek te Sindelfingen was de serieproductie van de W140 op dit tijdstip reeds gestopt, slechts de productie van de gepantserde uitvoeringen en de Pullman limousines werd nog voortgezet. Tot september 1998 waren in totaal 406.532 limousines van de W140 reeks geproduceerd, waarvan 28.101 stuks met een dieselmotor. De productie van de CL modellen eindigde in september 1998, bijna precies zes jaren na de productiestart. Liefhebbers van de grote Mercedes-Benz Coupé’s moesten nu geduld uitoefenen. De opvolger zou in de herfst van 1999 verschijnen. Totaal werden er in Sindelfingen 26.022 W140 Coupé’s gebouwd. De grootste S-Klasse aller tijden had het, met name aan het begin van zijn carrière en vooral in Duitsland, ondanks zijn onbestreden kwaliteiten niet makkelijk. Ter afscheid verscheen in de “Frankfurter Allgemeinen Zeitung” van 25 augustus 1998 onder de kop “Het einde van de grote patriarch. Sentimenteel afscheid: De S-Klasse was altijd beter dan zijn reputatie” een herdenking van Wolfgang Peters. Hierin heette het onder andere: “Geen andere auto bood een beter rij- en veercomfort en geen andere wagen in deze categorie liet zich net zo veilig en tegelijkertijd lichtvoetig bewegen. De S-Klasse was een reus, die men het dansen op de teentoppen had bijgebracht. De nieuwe S-Klasse wordt slanker en ranker: Wij missen de dikke nu al.” Bron: Daimler AG. |