
| Mercedes-Benz W220 |
Geschiedenis van de W220 modelreeks.
In september 1998 werd de S-Klasse met de benaming W220 geïntroduceerd. Als opvolger van de grote W140 was het model duidelijk kleiner geworden. Mercedes-Benz had de kritiek van pers en publiek (als gevolg van het veranderde wereldbeeld) ter harte genomen. Het nieuwe topmodel had nu een lengte van 5,042mtr (S-standaard) of 5,158mtr (S-lang). In de breedte was het model 31mm en in de hoogte 41mm “afgevallen”. Belangrijke factor was het afgenomen gewicht. Bij de S 320 scheelde het bijvoorbeeld 300 kilogram ten opzichte van een gelijk gemotoriseerde W140. Een nieuwe mix van staal, aluminium en kunststoffen maakte dit resultaat mogelijk.
De ontwikkeling van het model begon in 1992, het uiteindelijke ontwerp kreeg in 1996 groen licht. Tevens werd er weer een coupé model ontwikkeld. Deze zou als W215 CL-Klasse door het leven gaan. Van deze eveneens afgeslankte auto werd de productie in 1999 gestart. Voor beide modellen gold dat ze de Mercedes-Benz lijn voor de 21e eeuw aangaven. Compacter en lager ogende modellen met zachtere, meer vloeiende lijnen. Het design was duidelijk moderner geworden. Ondanks de kleinere maten bood de auto toch meer binnenruimte dan zijn voorganger. Naast Sindelfingen werd de nieuwe S ook in Mexico en Indonesië geproduceerd.
In veel Europese landen werd de S320 CDI de populairste uitvoering. Deze moderne Common Rail diesel maakte een dieselmotor in een auto uit het topsegment populair. In 2000 kreeg het model gezelschap van een V8 diesel, de S400 CDI.
Zoals bij elke S-Klasse was ook de W220 de vaandeldrager voor nieuwe technieken en een uithangbord voor datgene wat Mercedes-Benz kon realiseren. Kleine ventilatoren in de zetels zorgden voor gekoelde stoelen, er was een radargestuurde cruise-control en op de S500 en S600 werden de helft van de cilinders uitgeschakeld zolang ze niet nodig waren. Dit zorgde voor een lager verbruik en minder uitstoot van schadelijke stoffen. Standaard waren het Pre-Safe anti crash systeem, ESP en rem-assistent, 8 airbags en LED remlichten. Deze gloeien sneller op dan conventionele remlichten. Alle modellen beschikten over een automatische versnellingsbak, nu ook met tiptronic functie. Daarnaast hadden alle versies, met uitzondering van de 12 cilinder S600, het nieuwe Airmatic systeem. Deze met de schokdempers gecombineerde luchtvering is automatisch geregeld. Het is mogelijk om de wagenhoogte handmatig aan te passen. Bij slecht wegdek of hoge drempels bleek dit een groot voordeel te zijn. Vanaf 80km/h gaat de auto weer naar zijn uitgangspositie terug. Bij hoge snelheden wordt de carrosserie nog dieper gelegd. Vanaf 2002 was er een comfort- en een sportstand. De S600 ging nog een stap verder. Dit model had conventionele stalen veren. De bestuurder beschikte in deze uitvoering echter over Active Body Control. Bewegingen van de auto werden beperkt, zowel bij optrekken en remmen, alsook bij het nemen van bochten.
Voor het eerst was het nu ook mogelijk om zonder sleutel de auto te openen en te starten. Met dit Keyless-entry systeem werd weer een nieuwe maatstaf gezet. Vanaf 2002 was op de S-Klasse permanente vierwielaandrijving leverbaar, traditioneel weer 4Matic genaamd. In verband met de ruimte die door deze techniek in beslag werd genomen hebben de vierwielaandrijvers een andere, eenvoudiger voorwielophanging.
Na de fabrieksvakantie in 2002 was de S-Klasse onder handen genomen (de welbekende Modellpflege, oftewel MOPF) en in de herfst van dat jaar werd de vernieuwde versie aan het publiek voorgesteld. De voorzijde van de auto was aerodynamisch verbeterd, de achterlichten waren opnieuw vorm gegeven en in de voorbumper waren er nieuwe, lager geplaatste luchtinlaten. Met betrekking tot het interieur was de opwaardering duidelijker te zien. De gebruikte materialen waren mooier en de afwerking stond op een hoger peil. Het COMAND systeem was opgewaardeerd en bevatte meer functies.
Deze generatie S-Klasse was af fabriek als AMG uitvoering te bestellen. De S55 AMG beschikte over een 5,4 liter V8 motor met 360pk en vanaf modeljaar 2003 beschikte dezelfde motor over 500pk. Nu was er echter een compressor toegepast. Gedurende één maand in 2001 was er tevens een S63 AMG leverbaar. Dit model werd aangedreven door een 6,3 liter V12 met 444pk. In het laatste modeljaar introduceerde AMG hun neusje van de zalm. De S65 AMG was de sterkste limousine ter wereld met een vermogen van 612pk en een koppel van 1.001Nm. Met deze motoren waren prestaties mogelijk waar een topsportwagen zich beslist niet voor hoefde te schamen. Uiteraard waren alle modellen elektronisch op een topsnelheid van 250km/u begrensd.
De Duitse instantie TüV verleende de W220 in 2005 het eerste certificaat voor een zo milieu vriendelijk mogelijk geproduceerde auto. Het hele productie proces was grondig bestudeerd. Beschikbare motoriseringen: 6 cilinders: S280, S320 en S350 (2,8l á 197pk, 3,2l á 224pk en 3,7l á 245pk.) diesels: S320 CDI en S400 CDI (3,2l á 197pk en later 204pk, 4.0l V8 á 250pk) 8 cilinders: S430 en S500 (4,3l á 279pk, 5.0 liter á 306pk) 12 cilinders: S600 (5,8l á 367pk, later 5,5l biturbo á 500pk) AMG modellen: zie beschrijving hierboven.
Met uitzondering van de S280 waren alle modellen met een lange wielbasis te bestellen. De S600 had dit standaard en was als “korte” versie niet leverbaar. Voor alle modellen gold een uitgebreid aanbod van extra’s. Bijna alles was mogelijk, zolang de klant het zich maar kon veroorloven. Mensen die alleen met het allerbeste genoegen wilden nemen konden nog uitwijken naar een S600 Pullmann, inclusief eventueel gewenste bepantsering. Van de “standaard” S-Klasse was via het Guard programma ook een extra beveiligde variant te bestellen.
De CL modellen waren alleen met de 8- en 12 cilinder benzine motoren leverbaar, ook als CL 55 AMG. In de eerste drie jaren na zijn introductie waren er al 31.213 stuks verkocht. In 2006 was het gedaan met de W220 serie en zijn coupé variant. Het model kende wereldwijd een grote populariteit en inmiddels beginnen de S-Klasse liefhebbers het model ook in de gaten te krijgen. Een goed exemplaar met sluitende onderhoudshistorie en een schappelijke kilometerstand is qua prijs interessant geworden.
De W220 moest het veld ruimen voor zijn opvolger W221. Totaal zijn er afgerond 485.000 exemplaren gebouwd. |