Wie vijfcilinder zegt, denkt tegenwoordig misschien eerder aan Audi dan aan Mercedes-Benz.
Toch begon een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de vijfcilinder personenautomotor juist bij Mercedes. In juli 1974 verscheen de Mercedes-Benz 240 D 3.0 van de W115-serie. Het was de eerste personenauto ter wereld met een vijfcilinder dieselmotor.
Onder de motorkap lag de OM617, een drieliter diesel met vijf cilinders in lijn en een vermogen van 59 kW, oftewel 80 pk. Voor een dieselpersonenauto was dat in 1974 een opvallend vermogen.
Maar achter die motor zit een verrassend verhaal.
Ferdinand Piëch
Begin 1972 veranderde er veel binnen de families Porsche en Piëch. De familieleden trokken zich terug uit de dagelijkse leiding van Porsche. Ferdinand Piëch, kleinzoon van Ferdinand Porsche en tot dat moment technisch directeur bij Porsche, begon vervolgens in Stuttgart een eigen ingenieursbureau.

Ferdinand Piëch speelde via zijn eigen ingenieursbureau in Stuttgart een rol bij de ontwikkeling van de Mercedes-Benz OM617 vijfcilinder dieselmotor.
Volgens meerdere historische bronnen werkte dat bureau in opdracht van Daimler-Benz aan de ontwikkeling van de vijfcilinder dieselmotor die later de typeaanduiding OM617 kreeg. De motor was gebaseerd op de bestaande Mercedes-viercilinder dieseltechniek, waarbij de beproefde basis werd uitgebreid met een vijfde cilinder.
Daarmee ontstaat een bijzondere verbinding. De man die nauw betrokken was geweest bij legendarische Porsche-projecten zoals de 917, werkte na zijn vertrek bij Porsche aan een dieselmotor voor Mercedes-Benz.
En nog in datzelfde jaar 1972 trad Piëch in dienst bij Audi NSU. En juist daar zou hij enkele jaren later opnieuw een belangrijke rol spelen bij de introductie van vijfcilindermotoren. In 1976 verscheen de Audi 100 5E met een vijfcilinder benzinemotor.
De vijfcilinder die later zo sterk met Audi geassocieerd zou worden, had voor Piëch dus een opmerkelijke voorgeschiedenis bij Mercedes-Benz.
Waarom vijf cilinders?
De keuze voor vijf cilinders was niet zomaar een technisch experiment. Mercedes wilde meer vermogen uit zijn dieselpersonenauto halen. De bestaande viercilinders stonden bekend als betrouwbaar en zuinig, maar prestaties waren niet hun sterkste punt. Een zescilinder zou groter, zwaarder en duurder worden.
Een vijfcilinder bood een aantrekkelijke tussenoplossing. De OM617 kon grotendeels voortbouwen op bestaande Mercedes-techniek, maar leverde dankzij de extra cilinder meer inhoud, vermogen en trekkracht.
Het resultaat was de 240 D 3.0. Met 80 pk klinkt hij naar moderne maatstaven misschien bescheiden, maar midden jaren zeventig behoorde hij tot de snelste dieselpersonenauto’s ter wereld. Mercedes-Benz noemt hem zelf de eerste personenauto met vijfcilinder dieselmotor
Van taxi-diesel naar recordmachine
Daar bleef het niet bij. Mercedes-Benz wilde aantonen dat dieseltechniek tot veel meer in staat was dan zuinig en degelijk kilometers maken.
In 1976 bouwden ingenieurs een opgevoerde versie van de OM617 in een experimentele Mercedes-Benz C 111-II. De vijfcilinder kreeg een turbo en intercooler en leverde daarmee 140 kW, oftewel 190 pk.
De auto kreeg de naam C 111-II D. In juni 1976 werd hij ingezet op de hogesnelheidsbaan van Nardò in Zuid-Italië. Vier coureurs reden daar gedurende zestig uur en vestigden drie wereldrecords en zestien internationale klassenrecords.
De gemiddelde snelheden lagen boven de 250 km/u. De basis van de motor kwam gewoon uit de 240 D 3.0. Dat was nogal een statement in een tijd waarin een diesel nog vooral werd gezien als langzaam werkpaard.
En toen kwam de S-Klasse
Voor de geschiedenis van de S-Klasse wordt het verhaal in 1977 nog interessanter. Mercedes-Benz introduceerde voor de Noord-Amerikaanse markt de W116 300 SD. Onder de motorkap lag opnieuw de vijfcilinder OM617, maar nu voorzien van turbotechniek. Daarmee begon volgens Mercedes-Benz het dieselhoofdstuk in de luxeklasse.
De 300 SD was bovendien de eerste in serie geproduceerde personenauto met turbodieselmotor. Dat was een opvallende combinatie.
Een S-Klasse werd geassocieerd met grote zescilinders en V8-motoren, comfort en prestige. En ineens stond er een vijfcilinder diesel in de voor Mercedes belangrijkste luxelimousine.
De 300 SD werd aanvankelijk alleen in Noord-Amerika geleverd, mede vanwege de daar geldende regels rond gemiddeld brandstofverbruik. Maar technisch gezien was de stap belangrijk: de diesel had zijn weg gevonden naar de S-Klasse.
Een bijzonder eigen karakter
Wie ooit met een OM617 heeft gereden, herkent hem vaak onmiddellijk. De motor heeft het typische ritme van een vijfcilinder. Anders dan een viercilinder en ook duidelijk anders dan een zescilinder. En misschien nog belangrijker: de OM617 kreeg een bijna legendarische reputatie op het gebied van levensduur.
Veel exemplaren legden enorme afstanden af. De motor kwam na de W115 en W116 ook terecht in andere Mercedes-modellen en groeide uit tot een van de bekendste klassieke Mercedes-diesels. Daarmee werd een oplossing die ooit vooral bedoeld was om meer vermogen uit een personenwagendiesel te halen veel belangrijker dan aanvankelijk misschien werd gedacht.
Van Stuttgart naar Ingolstadt
Het verhaal krijgt achteraf nog een aardige draai. Ferdinand Piëch vertrok in augustus 1972 naar Audi NSU. Daar groeide hij uit tot een van de invloedrijkste technici in de Europese auto-industrie. Onder zijn technische leiding ging Audi zelf vijfcilindermotoren bouwen. Eerst als benzinemotor, later ook met turbo en uiteindelijk in beroemde quattro-modellen.
Dat maakt de Mercedes OM617 tot een bijzonder voetnootje in de geschiedenis van Piëch. Nog vóór de vijfcilinder een handelsmerk van Audi werd, had hij vanuit zijn eigen ingenieursbureau al gewerkt aan een vijfcilinder voor Mercedes-Benz.
Een onverwachte vader
De OM617 was daarmee veel meer dan alleen een dieselmotor met een ongebruikelijk aantal cilinders. Hij maakte van de 240 D 3.0 de eerste personenauto met vijfcilinder dieselmotor.
Hij vormde de basis voor een C 111-II D die met gemiddeld meer dan 250 km/u records vestigde.
Hij bracht in de W116 300 SD de turbodiesel naar de S-Klasse.
En in zijn ontstaansgeschiedenis duikt een naam op die later vooral met Porsche, Audi en Volkswagen zou worden verbonden: Ferdinand Piëch. Een onverwachte vader voor een van de bekendste klassieke Mercedes-dieselmotoren.
Bronnen: Mercedes-Benz Classic, Mercedes-Benz Media en historische publicaties over Ferdinand Piëch en de ontwikkeling van de OM617.