Sommige S-Klasses worden jarenlang netjes onderhouden. Andere krijgen op een bepaald moment een restauratie waarbij bijna geen onderdeel onaangeroerd blijft. De Mercedes-Benz 500 SE van SKCN-lid Marco Kraan behoort duidelijk tot die laatste categorie.
De auto kreeg binnen het gezin al snel een eigen naam: Josje. De letters JSJ in het kenteken inspireerden Marco’s dochter tot die bijnaam.
Marco kocht de W126 in september 2009. Het ging om een 500 SE in de oorspronkelijke kleur DB 172 antraciet metallic, voorzien van onder meer automatische airconditioning, niveauregeling, een afneembare trekhaak, een orthopedische stoel en de destijds bijzondere Reise-Rechner.
Op papier een bijzonder complete S-Klasse. Maar na de aankoop bleek ook dat er behoorlijk wat werk nodig was om de auto weer echt goed te krijgen.
Terug naar de basis
De restauratie werd grondig aangepakt. De carrosserie werd vrijwel volledig gestript, waarna verschillende roestplekken aan onder meer spatbordranden, dorpels en aansluitingen rond de ramen konden worden hersteld.
Daarna werd de carrosserie opnieuw opgebouwd en in de oorspronkelijke kleur gespoten.
Ook technisch bleef het niet bij een kleine onderhoudsbeurt. De automatische versnellingsbak werd volledig gereviseerd en ook de V8 kreeg uitgebreid aandacht.
Tijdens de motorrevisie kwam echter een flinke tegenvaller aan het licht. In een van de cilinderwanden bleek een diepe groef te zitten. Het oorspronkelijke motorblok kon daardoor niet meer worden gebruikt.
Een ander onderblok
De zoektocht naar een oplossing leidde uiteindelijk naar een ander onderblok uit een Engelse 500 SE van hetzelfde bouwjaar.
Dat blok werd gecontroleerd en gereinigd en vervolgens opnieuw opgebouwd. Nieuwe lagers, zuigerveren, pakkingen en andere slijtdelen zorgden ervoor dat de motor technisch weer een nieuwe basis kreeg.
Daarna kwam het moment waarop iedere restaurateur toch even extra luistert.
Olie op druk. Bougies erin. Starten.
De V8 liep weer.
Wat ooit begon als een W126 waaraan behoorlijk wat moest gebeuren, groeide zo stap voor stap uit tot een volledig herstelde 500 SE.
Wat kost zoiets?
Naar aanleiding van onze recente Facebookpost over Josje reageerde Marco zelf ook weer op het verhaal.
Hij gaf daarbij een interessant inkijkje in de omvang van zo’n restauratie. Wanneer al het werk tegen commerciële tarieven voor een klant uitgevoerd zou worden, zou volgens hem een bedrag van ongeveer €40.000 niet vreemd zijn.
Dat zegt misschien nog meer over zo’n restauratie dan alleen een lijst onderdelen. Het zijn niet alleen de materialen die geld kosten. Vooral het grote aantal uren voor demonteren, herstellen, reviseren, spuiten en weer zorgvuldig opbouwen maakt een project als dit omvangrijk.
Marco deed destijds zelf een groot deel van het werk.
Josje is er nog
En misschien is dat wel het leukste vervolg op het oude verhaal uit het Sterklasse Bulletin.
Josje bestaat nog steeds. Daarmee krijgt een restauratieverhaal uit 2012 ineens weer een vervolg in 2026.
Voor S-Klasse Club Nederland zijn juist dit soort verhalen waardevol. Niet alleen omdat ze laten zien hoeveel techniek, tijd en vakmanschap er in het behoud van een W126 kan zitten, maar vooral omdat achter iedere auto uiteindelijk een eigenaar en een geschiedenis schuilgaan.
En sommige auto’s krijgen onderweg zelfs een naam.
Bron: Sterklasse Bulletin, mei 2012, aangevuld met recente informatie van eigenaar Marco Kraan.
Foto’s: Sterklasse Bulletin / Marco Kraan / clubarchief S-Klasse Club Nederland.

Josje werd voor de restauratie vergaand gedemonteerd. Carrosseriedelen konden zo afzonderlijk worden hersteld en voorbereid.

Na het carrosserieherstel begon de wederopbouw. De basis van de W126 was hier alweer duidelijk herkenbaar.

Stap voor stap kreeg de 500 SE zijn oorspronkelijke vorm weer terug.

Josje na de restauratie, weer compleet opgebouwd in de oorspronkelijke kleur DB 172 antraciet metallic.

Na de restauratie werd Josje gewoon weer gebruikt waarvoor een S-Klasse is gebouwd: kilometers maken.